De bij waterwerken gebruikte palen die de talrijke houten constructies dragen of als oeverversterking dienden, staan in de Gentse archiefteksten aangeduid als pilen, later pilotten (Frans pilotis, Engels piloti), een enkele zeldzame keer ook als pilaren2. In deze tekst prefereren we de term ‘pijl’ (in de 14de - 15de-eeuwse teksten: pile), als preciezer specificerend dan ‘paal’.